maandag 9 februari 2009

De eerste week...

Hey luitjes!

Eindelijk eens een blogpost van mij! Pas vrijdag kon ik op het internet, en die gaat hier nogal traag, vandaar dat ik niet eerder iets heb gepost. Ik was ook wat aan de luie kant en hoe langer ik wacht, hoe meer ik te vertellen heb.

Hier in Suriname werd ik eerst verwelkomd door een vochtige warmte, niet verstikkend want het was later op de dag, met daarna een tropische regenbui. Eerst moest ik erg lang wachten op de bagage, dus ik begon al ongerust te worden want er bleven op het einde maar twee mensen over aan de lopende band met bagage. Maar gelukkig kwam mijn trekkersrugzak uiteindelijk opdagen, waarop mijn opluchting volgde. Ja, iemand moet de laatste zijn…

Jolanda en Zoë, vrouw en kind van Jan van Swaaij, stonden me op te wachten aan de luchthaven van Zanderij. Jan heeft voor mijn huis hier in Suriname gezorgd. Dus ik werd al meteen goed opgevangen. Ook heeft hij mij uitgelegd waar ik geld kan afhalen met mijn bankkaart (pinnen met mijn pinkaart) en hoe het zit met die euro’s, Surinaamse dollars (SRD) en Amerikaanse dollars. Jahoor, ze betalen hier met alles! Er worden euro’s gevraagd voor de trips naar het binnenland, de huur van het huis, enz. Amerikaanse dollars staan op mijn SIM-kaart en met SRD betaal je gewoon in de winkels en de bus enz. Ik heb de pech dat ik geen Hollander ben, want mijn pinkaart is van België en ik kan geen euro’s uit de muur halen, enkel SRD’s. Dat betekent dat ik euro’s moet gaan kopen als ik bijvoorbeeld de huisbaas moet betalen, maar intussen heb ik via twee Vlaamse meisjes vernomen dat je wèl binnen in de bank euro’s kan afhalen, maar je moet dan wel je ID-kaart meenemen en een krabbeltje zetten. De SIM-kaart, of zoals ze hier zeggen, een ‘chip’ is ook nog zoiets vervelend. Er zijn hier in Suriname verschillende GSM-operators, waaronder Tele-G en Digicel. Jan raadde me aan om een chip te kopen van Tele-G, maar met die chip kan ik geen berichtjes sturen naar mensen die gebruik maken van Digicel. Intussen heb ik van een Nederlandse vrouw die vrijdag terug naar Nederland vertrok, haar chip van Digicel gekregen. Dus dat wordt soms eens switchen…

Het huis is leuk en gezellig, ik heb er naar mijn zin. Veilig ook nog! Het is kortbij de Kennedystichting: op 10 minuten fietsen, enkele winkels en een bushalte in de buurt, waarvan de bus binnen 5 minuten in het centrum geraakt. Handig! Mijn kamer is intussen ook ingericht. Chiel, mijn Nederlandse huisgenoot is woensdagavond goed gearriveerd en we komen wel op een of andere manier overeen. Communicatie loopt wel stroef, maar ik denk wel dat dat nog los zal lopen. Mijn huisbaas, Ingrid, is een schat. Hier in het huis waren een heel aantal dingen nog niet in orde: de frigo werkte niet, de microgolf is kapot, het wasmachine kapot, en nu loopt het water in de douche niet gemakkelijk weg wat tot overstroming tot op de trap leidt. Wat een gekte, maar Ingrid zorgt er wel telkens voor dat het in orde komt. De frigo werkt weer, het wasmachine is geinstalleerd, de nieuwe microgolf (microwave, zeggen ze) is er al en ze gaat ook iemand laten kijken voor de douche. Volgens Annelies is dit een typische Surinaamse woning, ze heeft al foto’s gezien. En het klopt nog ook, alle huizen hier hebben tralietjes voor het raam, de meesten hebben zo’n raam met glazen latten en er staat een hek voor iedere deur (voor de veiligheid). Als ik hier ga slapen of even buiten ga, moet ik veel deuren openen en ik heb al een heuse sleutelbos! Ingrid zegt telkens wanneer ik best welke deur of hek sluit, want het zijn er zoveel.

Surinamers praten trouwens best wel verstaanbaar Nederlands. Het is wel wennen aan dat accent, maar dat is goed te doen. Ik vind hun accentje veel leuker dan dat Hollandse accent.

Wat ik de eerste dagen heb gedaan is een beetje vanalles, naar de winkel, de stad, hier in huis wat rustig gezeten enz. Ik heb het wel rustig aan gedaan de eerste dagen, ik was snel moe omdat ik niet was uitgerust, en dan ook nog de warmte erbij… Maandag ging ik even langs bij de Kennedystichting, waar ik het internaatshoofd heb ontmoet. Zij zal mijn mentor zijn gedurende mijn stageperiode. Het is een leuke vrouw. Ze zei al snel dat ik de stem van Annelies heb. Grappig. Veel mensen horen ook dat ik van België kom, en als ze België niet kennen of er niet meteen op komen, vragen ze van waar ik kom omdat ik anders praat dan de Hollanders. We spraken af dat ik donderdag om 11 uur mocht beginnen.

Dinsdag was ik alleen in de stad wat aan het rondkuieren. In een boekje over Suriname las ik dat de Waterkant een mooie en rustige plek is en ik vroeg al schrijvend aan iemand waar de Waterkant is. Hij wees duidelijk gebarend waar die zich bevindt. Ok, ik wandelde ernaartoe, stak de straat over. Ja, je moet heeeeeel goed kijken waar je loopt, oppassen voor de auto’s, bussen, fietsers en brommerkes die roetsjen tussen de auto’s door. Ik sta er nogal van versteld hoe soepel de Surinamers de straat oversteken, zelf durf ik dat (nog) niet zo! Bovendien rijden de auto’s links, dus als ik naar de Kennedyschool fiets, moet ik links fietsen. Ik vergis me ook altijd weer wanneer ik in een auto moet stappen (aan de verkeerde kant dus, want het stuur is hier rechts). Maar ik wijk af, ik wandelde dus naar de Waterkant, en plots tikte iemand mij aan. ‘Ben jij doof’, vroeg hij in Surinaamse gebarentaal. Ik verstond hem wel, want het gebaar voor ‘doof’ is hetzelfde als in Vlaanderen. ‘Ja’, antwoordde ik, stomverbaasd. ‘Ik ben ook doof, ik zag je apparaat en ik zag je bezig daar met die man met papier en pen en hij antwoordde met zijn handen, dus ik had al door dat je doof bent’. Leuk! Hoe ik hem kon verstaan? Meestal met wat pantomime, een papiertje en pen, en Surinaamse gebaren. Ik was blij dat ik hem had ontmoet, zijn naam is Gerold. We wandelden samen verder naar de waterkant en hij toonde me het een en ander in Paramaribo zoals de Palmentuin, het Onafhankelijkheidsplein en andere dingen. Wat later kwam ik nog andere doven tegen waar Gerold me mee liet kennismaken, maar ik heb alleen met nog één dove vrouw, Stella, echt gepraat want de anderen waren al snel weg. Dat was ook gezellig. Ze zag mijn CI en ze vond dat maar groot en ze vernam van Gerold dat ik geopereerd werd. ‘Maar waarom toch? Doet het geen pijn? Daar krijg je toch kanker van!’. Veel doven vragen trouwens of het geen pijn doet, de een vindt het apparaat mooi, de ander weer niet. Het is wel boeiend om te zien hoe ze ermee omgaan, wat ze ervan vinden. De doven vragen hier meteen van: ‘Heb je een apparaat? Eens zien? Hé, die is groot. Heb je er maar één?’ Alleen Stella praatte over kanker. Volgens haar hebben zoveel mensen in Nederland kanker door blikvoeding, wat ze maar vies vindt, vers is beter, gezonder, veel meer vitaminen en ze zei dat ik maar goed tomaten moest eten. Best grappig. Toen vroeg ze of er in België doven met AIDS zijn. Daar kon ik echt niet op antwoorden, maar Stella schatte dat er zo’n 10 à 20 zijn in Suriname. Verder liet ze me wat foto’s zien van haar twee dove zussen en leerde me samen met Gerold verschillende gebaren zoals de weekdagen en de verschillende etnische groepen in Suriname.

Ja, in Suriname zijn er dus veel verschillende culturen. Er zijn indianen, creolen, boslandscreolen, Javanen, Hindoestanen, Chinezen, en nog andere kleinere groepjes (ook Dovencultuur natuurlijk!). Allemaal verschillende gewoontes, tradities, eten, talen. De taal die op straat wordt gesproken is het Sranan Tongo (bijvoorbeeld een Hindoestaan die een Creool begroet of een Javaan die een Chinees aanspreekt). En vrijwel iedereen kent het Nederlands, wat hen op school wordt aangeleerd. Suriname is immers een voormalige kolonie van Nederland, in 1975 of zo is het onafhankelijk geworden. Een Vlaams meisje heeft van haar ‘huismoeder’ vernomen dat Suriname er veel beter uitzag onder het Nederlandse bewind, want de straten en vele huizen zijn slecht onderhouden. Je kan dat goed zien, de huizen zijn eigenlijk op zich wel echt mooi, met hun koloniale uiterlijk, maar velen zijn helemaal verloederd. Jammer. Het land heeft niet zoveel geld voor opknapwerk…

Die twee Vlaamse meisjes, Evelien en Marie, had ik al ontmoet in België op de UOS-studiedag. Hier heb ik ze pas zaterdag ontmoet en het zijn leuke meisjes. Ze werken als logopedisten ergens buiten Paramaribo (niet op de Kennedystichting dus, ook niet met doven). Door hun ‘huismoeder’ en ‘huisvader’ werd ik ook meegevraagd om naar een Hindoestaans verjaardagsfeestje te gaan van een neefje dat 3 jaar werd. Wat kregen we veel eten! Echt wel leuk, zo zien we ook de gewoontes van andere culturen.

Intussen heb ik reeds drie dagen stage gelopen, donderdag ben ik begonnen. Op de Kennedystichting zijn er 4 groepen, de kleine jongens, de grote jongens, de kleine meisjes en de grote meisjes. Iedere groep heeft de naam van een soort vogel. De groep waar ik stage liep voor twee dagen zijn die van de kleine jongens: Twa Twa. Het zijn tien jongens van 3 tot 10 jaar. In deze groep zijn er ook twee dove opvoeders, Priscilla en Sherida. De komende dagen mag ik telkens wisselen van groep, waarna ik met het internaatshoofd mag overleggen in welke groep ik het beste zou passen voor de komende maanden.

Uitgebreide vertelsels over de Surinaamse dovengemeenschap en de Kennedystichting met het internaatsleven volgen later. Dit is nu voorlopig wel voldoende leesstof.