donderdag 5 maart 2009

Het internaatsleven op de Kennedystichting

Bij deze doe ik een poging om jullie een beeld te geven over mijn stage, het internaatsleven, de kinderen.

Op de Kennedyschool zitten er in totaal ongeveer 60 kinderen, op het internaat zo’n 30. In mijn groep: TwaTwa, zitten 10 jongens van 6 tot 10 jaar. Er zitten creolen, Hindoestanen, een Javaan en een indiaan. Mijn collega’s zijn juffrouw Sherida (doof) en juffrouw Lydia (horend). Ja, de kinderen noemen de opvoedsters (of groepswerksters, op z’n Surinaams gezegd) ‘juffrouw’. Het lijkt erop dat zowat alle doven de Surinaamse Gebarentaal (SGT) als eerste taal hebben, en de groepswerksters kennen het ook. De communicatie tussen de dove kinderen en tussen de kinderen en de juffen gaat eigenlijk erg goed. De omgangstaal tussen doven is dus ook hoofdzakelijk SGT, wat wel verschilt met Vlaanderen. Daar kan niet elk doof kind VGT (Vlaamse Gebarentaal), en zeker niet alle opvoedsters. Ook de Dovencultuur ‘leeft’ hier echt, met onder andere zijn manieren van aandacht trekken, iets wat sommige dove kinderen in Vlaanderen niet kennen.

Ik heb de indruk dat de kinderen graag op het internaat zijn, hier gelukkig zijn en er lijkt ook een goede band te zijn tussen de kinderen en de groepswerksters. Mevrouw Rosita, het internaatshoofd is ook erg betrokken bij het internaatsgebeuren en communiceert erg veel met de opvoedsters. Zelfs de kinderen hebben haar graag!

De kinderen gaan in de voormiddag naar school van 8u00 tot 12u30. ’s Middags komen ze naar het internaat, kleden zich om (op school dragen ze een uniform) en eten samen. Daarna volgt meestal het huiswerk en is het wat vrij spelen. Op maandag hebben ze eigenlijk de hele namiddag vrij, dinsdag zwemmen, woensdag sporten (op een sportterrein), donderdag tekenen (tekenles op een andere plaats door externen) en vrijdag worden ze ’s middags opgehaald door hun (pleeg)ouders. Of de opvoeders echt dingen doen met de kinderen? Dat zie ik eigenlijk erg weinig. De kinderen spelen vaak zelf, kunnen zich perfect bezighouden, zijn creatief met wat ze hebben. Ze doen bijvoorbeeld één inline skate aan om mee te roetsjen alsof het een skateboard is, ook heb ik een jongetje met zo’n ding zien spelen alsof het een autootje was. Veel speelgoed wordt toegestuurd vanuit Nederland als gift, maar de kinderen zijn er jammer genoeg erg onvoorzichtig mee, met als gevolg dat veel speelgoed gewoon kapot gaat. Na de activiteit gaan de kinderen meestal ‘baden’ en dan eten, rustig moment voor de televisie en dan bedje in.

Het lijkt ernaar dat de groepswerksters hun taak zien als niet meer dan: op de kinderen letten, orde handhaven, zorgen dat ze goed eten, leren en slapen. Maar de taak van een opvoedster is veel breder: een opvoeder organiseert ook activiteiten, praat met de kinderen, leert ze wat bij over het dagelijkse leven, doet dingen samen met de kinderen, noem maar op. Mevrouw Rosita weet dit wel, maar het lijkt niet door te dringen bij de groepswerksters van het internaat.

Aan mevrouw Rosita heb ik voorgesteld of ik misschien geen activiteitenmap in elkaar kon steken voor de groepswerksters, zodat ze op maandagnamiddag gemakkelijk aan de slag kunnen met een spel of een activiteit. Op die manier probeer ik te stimuleren om iets leuks te doen met de kinderen: iets knutselen, een klein uitstapje (wandeling, naar de stad, naar de markt), een spel doen, enz. Al is zeer de vraag of ze het nog echt zullen gebruiken als ik weg ben, maar ook Lydia zei dat het een goed idee is en dat ze dat wel wil gebruiken. Afwachten dus..

Hier en daar hoor ik ook vaak dat stagiaires komen en gaan, dingen op poten zetten maar die na een tijdje alweer verwateren. Mevrouw Rosita zegt ook dat de wil bij de groepswerksters vaak ontbreekt, want zij zegt telkens dingen als: ‘doe iets met de kinderen’, ‘maak eens een uitstapje’, dat zegt ze vaak genoeg. Ze weet niet goed wat ze ermee aan moet: moet ze met sancties werken? Ontslaan zal niet gaan, want als ze er eentje ontslaat, zal ze geen nieuwe opvoedster krijgen, en de groepswerksters weten dat. Zou dat de reden zijn waarom ze niet echt doen wat mevrouw Rosita zegt? Zou dat de reden zijn waarom ze zo passief zijn? De cultuur is hier ook wel anders, daar heeft het ook mee te maken, maar als hun bazin zo achter ze aan zit, waarom schieten ze dan niet in actie?

Wat me ook wel deed schrikken is het erg lage niveau van het Nederlands van de kinderen. Ze begrijpen niet wat ze lezen of schrijven. Vaak kopiëren ze wat en leren ze van buiten. De groepswerksters weten dat, ze zien dat ook, maar ze vinden het de taak van de school om zich daarmee bezig te houden. Zij willen hen wel begeleiden bij het huiswerk, maar daar stopt het ook. Sherida heeft wel eens woordjes geoefend met de jongens, dat was erg leuk om te zien, en de kinderen genoten er precies ook van. Ze zijn erg leergierig, en ik zie ze constant woordjes spellen. Af en toe moet ik ze wel eens verbeteren, maar verder probeer ik ze te stimuleren om met elkaar de woordjes te oefenen. Ik ging eens mee kinderen ophalen met de bus op maandagochtend en één van de jongens (11 jaar) spelde het woordje ‘drempel’ tegen een andere jongen. Toen dacht ik: wat een moeilijk woordje voor iemand die maar Nederlands kan van een horend kind van het eerste leerjaar, waar heeft hij dat vandaan? De andere jongen draaide zich weg, maar ik vroeg aan hem wat het betekende. Hij wist het niet, en toen vroeg ik het aan de jongen die het woord spelde. Ik dacht dat hij het niet zou weten, want vaak spellen de kinderen ‘zomaar’ wat ze zien en leren ze het van buiten zonder de betekenis ervan te kennen, maar hij wist het! Toen besefte ik dat hij het op straat gezien had: een verkeersdrempel in de straten van Suriname wordt aangeduid met een bordje met ‘drempel’. 'Goh, dit is fantastisch', dacht ik, 'ik hoop dat de kinderen dat vaak doen!' Ze kunnen op die manier echt wel van elkaar leren.

Kunnen spreken is op de Kennedyschool blijkbaar belangrijk. Sommige kinderen (niet van mijn groep) praten tegen mij, in plaats van te gebaren. Ze zeggen dan: ‘ik kan praten, kijk maar’, al versta ik ze erg moeilijk. Ik vraag ze dan ook om te gebaren in plaats van te praten, omdat ik ze dan veel beter begrijp. Sherida heeft ook eens tegen een jongen gezegd dat hij niet goed kan praten, hij leek een beetje beschaamd, maar toonde het niet, en probeerde alsnog wat uit te spreken. Toen zei ik: ‘praten kan je oefenen, maar dat is niet zo gemakkelijk omdat je doof bent, Nederlands leren is belangrijker. Als je naar de winkel gaat, kan je misschien niet zeggen wat je wil, maar je kan wel op een papier schrijven wat je nodig hebt. Daarom moet je goed Nederlands oefenen en veel lezen en leren, dat is goed voor later.’ Blijkbaar was dat iets nieuw voor hem, want hij trok zo’n gezicht van ‘Oh god, daar had ik nog niet aan gedacht!’. Hmm..

Sherida is een rolmodel voor de kinderen! Zij begrijpt hen het beste van alle opvoedsters en ook kinderen van andere groepen komen wel eens naar haar toe. Soms vertaalt ze eens voor een andere opvoeder wat een kind zegt, want de horende opvoeders begrijpen de kinderen niet altijd helemaal. Ze doet haar werk eigenlijk heel erg goed, en ik werk graag met haar samen. Van haar leer ik elke dag wel een Surinaams gebaar bij, en ook ik kan haar wat bieden want ze heeft nooit een opleiding gevolgd voor opvoedster (alle doven gaan naar de dovenschool en daar hebben ze die opleiding niet).

Mijn plannen op het internaat ga ik nog niet allemaal blootgeven, want het is nu allemaal nog abstract. Pas als ze echt op punt staan, zal ik ze posten.

5 opmerkingen:

  1. interessant om te lezen hoe die jongens denken/doen in hun dagelijks leven en blij dat je goed kan samenwerken met andere opvoedsters, en jij kan daar heel nuttig zijn met uw opleiding. :)

    hoe groot is die salamander eigenlijk bij de foto's, want het ziet er best groot uit ( en ben benieuwd hoe goed dat Parbo bier daar is, neenee grapje :)) ?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja, ik heb de foto's dus intussen al verwijderd, want ik kon er maar twee op zetten. Een andere keer zet ik er ineens meer op, al weet ik nog niet hoe.

    De salamander is niet groot hoor: zo'n 10 à 15 cm, een klein schattig ding dus. En Parbobier is best lekker ja :)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ohja, die heeft zelfs een halve eeuw geleden een prijs van België gekregen! Het staat op het flesje ;)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. :) typisch... belgie en bier... je weet het he :)
    en foto's kan je op picasa zetten en linken in de blog naar de picasa, zoals hannes het doet :)

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Zeer interessant om te lezen.

    BeantwoordenVerwijderen